Het gedenkteken ter nagedachtenis van Generaal J.B. van Heutsz werd op "Zaterdag den 8sten Juli 1933 plechtig onthuld door Zijne Koninklijk Hoogheid de Prins der Nederlanden". Beeldhouwer August Falise uit Wageningen ontwierp het gedenkteken in opdracht van de "Koninlijken Bond van Ridders der Militaire Willemsorde beneden den rang van Officier".

Wij willen hier geen mening geven over de Luitenant-Generaal van Heutsz, wij  volstaan met een kleine biografie want de naam van Heutsz is nog steeds nauw verbonden met Coevorden. Het park, een singel en er zijn in het verleden zelfs wandeltochten naar hem vernoemd.    

Johannes Benedictus Van Heutsz werd op 3 februari 1851 in Coevorden geboren. Op 16 jarige leeftijd nam hij dienst bij het Instructie Bataljon in Kampen. In 1873 was er grote behoefte aan officieren en manschappen voor het Indische leger, aangezien daar de Atjeh-oorlog woedde. De op avontuur beluste Van Heutsz vroeg overplaatsing aan naar het Indische Leger. In 1873 vertrok van Heutsz voor de eerste keer naar Indië. Hij wilde graag carrière maken en keerde, op eigen kosten naar Nederland terug. In 1883 sloot Van Heutsz zijn studie succesvol af en keerde met zijn gezin naar Indië terug. 

Van augustus 1889 tot augustus 1891 was Van Heutsz Chef-staf van de militaire troepenmacht in Atjeh. Op 8 februari 1890 werd Van Heutsz levensgevaarlijk gewond. In 1891 werd hij bevorderd tot majoor. Door zijn onstuimige optreden en zijn openlijk kritiek op het gevoerde beleid in Atjeh kwam hij in een steeds moeilijker positie. Daarom werd hem in 1893 een tweejarig ziekteverlof verleend en vertrok hij met zijn gezin weer naar Nederland. In 1895 keerde hij terug naar Indië. Nog steeds omstreden zoals blijkt uit dit gedeelte van een brief geschreven door Gouverneur Generaal van Wijck. “….die de kroon spant in het kritiseren van superieuren en in ophemelen van zichzelve. Hoewel hij een flink en goed troepenaanvoerder is. Zijn gezwets en gesnork wijst op gemis van bezadigdheid, hij is een intrigant en in waarheidsliefde schijnt hij tekort te schieten, indien dit zijne kraam te pas komt…..” Deze brief mocht niet baten want Van Heutsz werd op 25 maart 1898 bevorderd tot Militair en Civiel Gouverneur van Atjeh.In 1904 werd Van Heutsz tot Gouverneur-Generaal van Nederlands Indië benoemd. Van Heutsz slaagde erin het Nederlands gezag voor het eerst daadwerkelijk in alle buitengewesten, de eilanden buiten Java, te vestigen. Overal waar wantoestanden heersten, liet hij krachtig ingrijpen. Tevens deed hij zijn uiterste best om de bevolking, waarvan hij de zeden en gewoonten goed had leren kennen, te verheffen. Belangrijk in dit verband waren de invoering van eenvoudig volksonderwijs, verbetering van de infrastructuur, stimulering van de handel en de bestrijding van woeker door de oprichting van een “boerenleenbank”-systeem.

In 1922 ging Van Heutsz om gezondheidsredenen in Montreux wonen waar hij op 11 juli 1924 overleed. Drie jaar later, op 9 juni 1927, vond op grootse wijze de herbegrafenis plaats op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam. Van Heutsz kreeg als enige Nederlands staatsburger een staatsbegrafenis en Koningin Wilhelmina had haar Paleis op de Dam beschikbaar gesteld “van waaruit het lichamelijk omhulsel, waarin eens een zo voorname ziel huisde” naar de Oosterbegraafplaats zou worden gebracht.      

1 juli 1950                       Regiment Van Heutsz wordt bij Koninklijk Besluit (KB) nr. 26 opgericht als opleidingseenheid van het Wapen der Infanterie en bij KB nr. 27 belast met de traditievoortzetting van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) dat per 26 juli wordt opgeheven. Standplaats wordt de Elias Beeckmankazerne in Ede.